Door deze website te gebruiken gaat u akkoord met het gebruik van cookies op de website.

Kunstgras (RIVM)

Kunstgras (RIVM)

De onderstaande FAQ is overgenomen van de website van het RIVM FAQ voor snelle referentie. Voor de actuele inhoud verwijzen wij naar de site van het RIVM. (Bron: RIVM)

Rubbergranulaat is fijngemalen rubber. Het wordt vaak gemaakt van oude rubberproducten zoals autobanden. De korrels kunnen ook van nieuw synthetisch materiaal worden gemaakt.
Op kunstgrasvelden wordt gebruik gemaakt van instrooimateriaal. Rubberkorrels kunnen als instrooimateriaal worden gebruikt.  De rubberkorrels zorgen ervoor dat het kunstgrasveld dezelfde eigenschappen krijgt als een gewoon grasveld, zodat de bal niet te snel rolt en niet te hoog stuitert. Daarnaast wordt het kunstgras beter geschikt voor slidings.
Uit het onderzoek van het RIVM blijkt dat in rubbergranulaat heel veel verschillende stoffen zitten, zoals polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), metalen, weekmakers (ftalaten) en bisfenol A (BPA). In paragraaf 2.2 van het RIVM rapport vindt u hier meer informatie over.
Er zijn drie soorten laboratoriumproeven uitgevoerd om te onderzoeken welke stoffen uit de korrels vrijkomen. Met deze zogeheten migratiestudies is uitgezocht in welke mate stoffen via de huid in het lichaam kunnen terechtkomen, via het spijsverteringskanaal of via de longen. Hieruit blijkt dat PAK's, metalen en weekmakers (ftalaten) in heel lage hoeveelheden vrij kunnen komen. In paragraaf 3.3 van het rapport vindt u hier meer informatie over.
U kunt zien of er rubbergranulaat op het veld ligt doordat tussen de grassprieten duidelijk zwarte of gekleurde korrels te zien zijn. Met het blote oog is bijna niet te onderscheiden van welk type rubber de korrels zijn gemaakt. Voor meer informatie over het rubbergranulaat van het veld kunt u contact opnemen met de sportclub of de eigenaar van het veld.
Er zijn 100 sportvelden onderzocht verspreid in heel Nederland. Het gaat om kunstgrasvelden waarin gebruik wordt gemaakt van gerecyclede autobanden. Met het blote oog is niet waar te nemen welk type rubber gebruikt is. De velden worden meestal gebruikt om op te voetballen, te korfballen of te rugbyen. Ook zijn er een aantal Johan Cruijffcourts onderzocht (zogenaamde trapveldjes). Op hockeyvelden van kunstgras wordt meestal zand of water gebruikt.
Uit het onderzoek blijkt dat verschillende stoffen, zoals PAK's, metalen en ftalaten in zeer lage hoeveelheden uit de korrels vrij komen. Sporters kunnen hieraan worden blootgesteld bij huidcontact, door inslikken of door inademen van rubberstof.
Uit het onderzoek van het RIVM blijkt dat het risico voor de gezondheid van sporten op kunstvelden die zijn ingestrooid met rubbergranulaat, praktisch verwaarloosbaar is. Dat betekent dat het verantwoord is om op deze velden te sporten. In rubbergranulaat zitten heel veel verschillende stoffen, maar de stoffen komen in zeer lage hoeveelheden uit de korrels vrij. Dat komt doordat de stoffen min of meer in het granulaat zijn ‘opgesloten’. Hierdoor is het schadelijke effect op de gezondheid praktisch verwaarloosbaar.
Om te kunnen beoordelen in hoeverre sporten op granulaat een risico voor de gezondheid vormt, heeft het RIVM bepaald welke schadelijke stoffen in het granulaat zitten en in welke mate ze eruit kunnen vrijkomen. Vervolgens is gekeken op welke manieren sporters in contact komen met deze stoffen en of dat gevolgen voor de gezondheid heeft. Ook heeft het RIVM de internationale wetenschappelijke literatuur geraadpleegd over leukemie en lymfeklierkanker en gezondheidseffecten in het algemeen. Er is contact geweest met verschillende vooraanstaande wetenschappers in de wereld. Op basis van de metingen, de laboratoriumproeven en alle informatie die verzameld is, concludeert het RIVM dat het sporten op rubbergranulaat verantwoord is.
Het onderzoek van het RIVM heeft zich gericht op het sporten op velden met rubbergranulaat. De conclusie is dat het risico voor de gezondheid van sporten op deze velden praktisch verwaarloosbaar is. Dat betekent dat het verantwoord is om op deze velden te sporten. . Jonge kinderen die op het veld spelen stoppen van alles in hun mond en slikken dit  soms ook door. Het is de verantwoordelijkheid van volwassenen om dit zo veel mogelijk te voorkomen. Dit geldt voor grind, zand en andere dingen die buiten op straat gevonden worden, en ook voor rubberkorrels.
Als een kind een klein beetje rubbergranulaat opeet of in de mond krijgt is dit niet erg. In ons onderzoek over sporten op rubbergranulaat is het risico berekend voor keepers die ruim een halve gram rubbergranulaat per week inslikken. Dit is best veel, er staat een foto daarvan in het rapport. Dit levert een praktisch verwaarloosbaar risico op. Het is in dat opzicht dus niet gevaarlijk. Maar opeten van rubbergranulaat is vergelijkbaar met andere materialen: plastic, zand, of viezigheid: liever niet in de mond van kinderen.
Het risico voor de gezondheid van sporten op kunstvelden die zijn die zijn ingestrooid met rubbergranulaat, is praktisch verwaarloosbaar. Dat betekent dat het verantwoord is om op deze velden te sporten. Deze conclusie is getrokken op basis van scenario's waarbij mensen hun hele leven lang meerdere keren per week sporten op een veld met rubbergranulaat.
In het onderzoek is direct bloedcontact niet meegenomen in de laboratoriumtesten en berekeningen. Wonden kunt u het beste direct schoonmaken en eventueel afdekken met een pleister, zoals u ook zou doen bij het sporten op een veld met daarop zand of modder.
Een chemische stof kan pas een nadelig effect op de gezondheid hebben als de stof in het lichaam komt. Hiervoor moet er contact zijn tussen het lichaam en de stof. Dat noemen wij blootstelling. In dit onderzoek hebben we gekeken naar de hoeveelheid contact met de rubberkorrels waardoor er mogelijk stoffen uit de korrels in het lichaam kunnen komen. Bij sporten op rubbergranulaat kan je op drie manieren worden blootgesteld aan stoffen in rubbergranulaat: door inslikken, inademen of via de huid. Uit het onderzoek blijkt dat op deze manier verschillende stoffen, zoals PAK's, metalen en ftalaten, in zeer lage hoeveelheden uit de korrels vrij komen. Dat stoffen in het lichaam komen, wil nog niet zeggen dat het lichaam daar ziek van wordt. Uit het onderzoek blijkt dat er weinig stoffen uit het rubbergranulaat vrijkomen. Daarom is het risico voor de gezondheid praktisch verwaarloosbaar.
Op zonnige, zomerse dagen kan het rubbergranulaat flink opwarmen, waardoor er stoffen uit het granulaat kunnen dampen. En dit kun je soms ruiken. De hoeveelheden gevaarlijke stoffen die vrijkomen zijn echter zeer klein en zullen in de lucht snel verwaaien. In ons onderzoek is het rubbergranulaat tot 60 graden verwarmd. Op basis van de resultaten daarvan  verwachten wij geen gezondheidsrisico door het inademen van stoffen die bij warm weer uit het granulaat dampen.
Ongeveer 20% van de ftalaten en 9% van de PAK's aanwezig in de rubbergranulaatmonsters komt na inslikken vrij in het maag- en darmsap. In het onderzoek is er vanuit gegaan dat alle stoffen die in het maag- en darmsap vrijkomen ook door het lichaam worden opgenomen. In het echt zal dit lager zijn omdat een deel van de vrijgekomen stoffen nog gebonden zal zijn aan zwevend stof of lipiden, waardoor de absorptie door de darmwand minder is.
In de beschikbare wetenschappelijke informatie zijn geen signalen aangetroffen die duiden op een verband tussen sporten op kunstgras met rubbergranulaat en het ontstaan van leukemie en lymfeklierkanker.  Bovendien blijkt uit de samenstelling van de rubberkorrels dat de chemische stoffen die leukemie of lymfeklierkanker kunnen veroorzaken niet (benzeen en 1,3-butadieen) of in heel lage hoeveelheid (2-mercaptobenzothiazol) vrijkomen. De Amerikaanse keeperstrainer uit Washington State, Amy Griffin, houdt sinds 2014 een lijst bij van kankerpatiënten die op kunstgras (met rubbergranulaat) sporten of hebben gesport. Momenteel bekijkt het Ministerie van Gezondheid van de staat Washington in de VS hoe de cijfers uit de database zijn te interpreteren. Daartoe wordt de database vergeleken met de gegevens uit de kankerregistratie van de staat Washington.
Uit het onderzoek blijkt dat er weinig stoffen vrij komen uit rubbergranulaat bij sporten op rubbergranulaat. Het RIVM heeft geen onderzoek gedaan naar andere situaties dan sporten. Als u vragen heeft over uw gezondheid en uw werkomstandigheden, adviseren we u contact op te nemen met uw bedrijfsarts.
Het RIVM heeft een theoretisch onderzoek uitgevoerd of de norm die geldt voor rubbertegels voldoende bescherming biedt tegen het ontstaan van kanker. De conclusie van dit theoretische onderzoek is dat de norm voor consumentenproducten misschien net niet voldoende beschermend is. Het RIVM heeft hierbij niet onderzocht of de samenstelling van  rubbertegels in Nederland voldoet aan de norm. Voor meer informatie kunt u terecht bij de NVWA.
Uit het onderzoek van het RIVM blijkt dat het risico voor de gezondheid van sporten op kunstgrasvelden die zijn ingestrooid met rubbergranulaat, praktisch verwaarloosbaar is. Dat betekent dat het verantwoord is om op deze velden te sporten en maatregelen om blootstelling te voorkomen, niet nodig zijn.

Uit het onderzoek blijkt dat blootstelling aan PAK's vooral wordt veroorzaakt door inslikken van stukjes rubbergranulaat. Hierbij zijn we uitgegaan van het scenario dat een kind een paar keer per week 0,2 gram inslikt. 0,2 gram is best veel, in ons rapport staat hiervan een foto. Het kan daarom geen kwaad als uw kind in het verleden enkele korrels heeft ingeslikt. Stukjes materiaal in de gehoorgang kunnen irritatie veroorzaken. Als er rubberkorrels in de gehoorgang zitten en deze er niet vanzelf binnen 1-2 dagen uitkomen (niet peuteren in het oor!), neemt u dan contact op met uw huisarts.

Het is mogelijk om de aanwezigheid van PAK’s in het lichaam aan te tonen. Dit is geen standaard onderzoek en kan daarom meestal niet bij de huisarts worden uitgevoerd. De aanwezigheid van PAK’s in het lichaam zegt niets over de kans om ziek te worden. Ook zegt het resultaat van zo’n onderzoek niets over de bron van de PAK’s. Deze kunnen ook afkomstig zijn van bijvoorbeeld verbrand vlees of dieseluitlaatgassen of roken. Daarnaast worden PAK's snel afgebroken en verwijderd uit het lichaam. Het is dus niet mogelijk om blootstelling aan PAK's in het verleden te onderzoeken.  Wij raden daarom af om lichamelijk onderzoek te laten uitvoeren.

Nee, dat is niet gevaarlijk. Rubbergranulaat uit kleding of in huis kunt u het best bij het reguliere huisafval (grijs) doen.

Het RIVM heeft de stoffen onderzocht in rubbergranulaat van 100 sportvelden die representatief zijn voor de kunstgrasvelden in Nederland. Daarnaast zijn drie soorten laboratoriumproeven uitgevoerd om te onderzoeken welke stoffen uit de korrels vrijkomen als de sporter ermee in aanraking komt. Met deze zogeheten migratiestudies is uitgezocht in welke mate stoffen via de huid in het lichaam kunnen terechtkomen, via het spijsverteringskanaal of via de longen. Vervolgens is berekend in hoeverre mensen aan de vrijgekomen stoffen blootstaan en wat dat betekent voor de gezondheid. Verder is de beschikbare informatie in de wetenschappelijke literatuur bestudeerd over de stoffen in rubbergranulaat, de eigenschappen en de gezondheidseffecten ervan.
Uit het onderzoek blijkt dat het risico voor de gezondheid van sporten op kunstgrasvelden die zijn ingestrooid met rubbergranulaat, praktisch verwaarloosbaar is. Dat betekent dat het verantwoord is om op deze velden te sporten. In rubbergranulaat zitten heel veel verschillende stoffen, zoals polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), metalen, ftalaten (weekmakers) en bisfenol A (BPA). De stoffen blijken in zeer lage hoeveelheden uit de korrels vrij te komen. Dat komt doordat de stoffen min of meer in het granulaat zijn ‘opgesloten’. Hierdoor is het schadelijke effect op de gezondheid verwaarloosbaar.
Bedoeld wordt een risico dat in de praktijk geen rol speelt. Het RIVM heeft berekend dat iemand die van zijn 7e tot zijn 50e als keeper uitsluitend op kunstgrasvelden speelt, een risico heeft dat iets hoger is dan het verwaarloosbaar risico. Ook in dat geval is de hoeveelheid PAK’s die je binnenkrijgt door een keer sporten op rubbergranulaat heel klein, kleiner dan wat Nederlanders dagelijks met de voeding binnen krijgen.
Voor deze velden zijn aparte berekeningen gemaakt voor eventuele gezondheidsrisico's. Hieruit bleek dat ook de hogere concentraties ftalaten niet leiden tot risico voor de gezondheid, het blijft onder de grenswaarde. Het RIVM heeft een willekeurige steekproef genomen van 100 velden, terwijl er in Nederland bijna 2000 liggen. Dat betekent dat er van elke twintig velden één onderzocht is. Het RIVM is van mening dat het daarmee een hele goede indruk heeft gekregen van wat er zoal op de velden kan liggen.
In het onderzoek is rekening gehouden met huidcontact, inslikken en inademing. Er zijn  vijf scenario's doorgerekend. Deze scenario's geven een beeld voor verschillende manieren om via sporten in aanraking te komen met rubbergranulaat.
Het rapport is aangeboden aan de minister van VWS. De minister van VWS heeft alle in december (en daarna) te publiceren documenten ter beschikking stellen aan het Europees Chemicaliën Agentschap (ECHA). ECHA doet op dit moment ook onderzoek naar de veiligheid van rubbergranulaat. Daarnaast loopt nog een relevant onderzoek in de Verenigde Staten, waarvan de resultaten begin 2017 worden verwacht. We adviseren om de norm voor rubbergranulaat bij te stellen naar een norm die dichter in de buurt ligt van de norm voor consumentenproducten.
Ja. Het RIVM heeft ook in het verleden onderzoek gedaan naar rubbergranulaat op kunstgrasvelden. Meer informatie hierover vindt u hier.
We vonden geen aanleiding om epidemiologisch onderzoek te doen. Eerst hebben we gekeken of we stoffen konden vinden in het rubbergranulaat die mogelijk leukemie of lymfeklierkanker kunnen veroorzaken. Daarna hebben we gekeken of die stoffen ook eruit kunnen komen. Sommige stoffen die in verband worden gebracht met deze vormen van kanker komen niet in de korrels voor, zoals benzeen. Andere stoffen komen in dermate geringe hoeveelheid vrij, dat het extra kankerrisico niet aan het rubbergranulaat kan worden toegeschreven. Daarom zien we geen aanleiding voor epidemiologisch onderzoek. Waarschijnlijk volgend jaar komen de gegevens van Amerikaans onderzoek naar de relatie tussen rubbergranulaat en leukemie beschikbaar. Het RIVM bepaalt dan of dit aanleiding geeft voor verder onderzoek.
Ja, in het onderzoek is ook rekening gehouden met langdurige blootstelling.
Voor de risicobeoordeling zijn er scenario’s opgesteld voor zowel levenslange blootstelling (sporten van 4 t/m 50 jaar) als voor specifieke leeftijdsgroepen, waarbij gebruik is gemaakt van zogenaamde 'worst case' aannames.
De wetenschappelijke discussie gaat onder andere over de manier waarop de resultaten van dierproeven worden gebruikt om de kans op het ontstaan van kanker bij kinderen te voorspellen. Wetenschappers bepleiten om bij de vertaling van de resultaten van dierproeven naar de mens, als aanvulling op de gebruikelijke werkwijze een extra correctie voor kinderen toe te passen. In de Verenigde Staten wordt een dergelijke veiligheidsfactor wél toegepast en in Europa niet.
Het RIVM deelt de mening van wetenschappers dat er gevoeligheidsverschillen kunnen bestaan tussen kinderen en volwassenen en realiseert zich dat bij proefdieronderzoek volwassen dieren worden gebruikt. Op dit moment is er geen wetenschappelijke overeenstemming over het al dan niet gebruiken van een extra leeftijdsafhankelijke factor. Het RIVM heeft in zijn beoordeling gebruikgemaakt van de in Europa afgesproken risicobeoordelingsmethode, die geen extra leeftijdsafhankelijke factor bevat. Het RIVM is van mening dat in het onderzoek naar rubbergranulaat voldoende veiligheidsmarge is ingebouwd. Verdere internationale wetenschappelijke discussie over de beste methode om risico’s op kanker af te leiden uit dierproeven is gewenst.

Nee, de conclusies zouden niet veranderen. Als deze factor in de risicobeoordeling van PAK’s zou zijn toegepast, komt het risico iets boven het ‘verwaarloosbaar risiconiveau’ uit maar is het nog steeds aanvaardbaar. Dit wordt toegelicht op p. 29 van het rapport (hoofdstuk 3.4).

Rubbergranulaat is volgens de Europese stoffenregelgeving een ‘mengsel’. De norm die daarop van toepassing is noemen we de ‘mengselnorm’. Andere voorbeelden van ‘mengsels’ (van stoffen) zijn onder andere schoonmaakproducten, verf en lijm. Voor mengsels gelden algemene concentratielimieten voor stoffen die kankerverwekkend zijn, schade aan het DNA kunnen veroorzaken of schadelijk voor de voorplanting zijn. Het gaat onder andere om bepaalde PAK’s, metalen, ftalaten en organische stoffen zoals benzeen.
Voor producten gemaakt van rubber waarmee consumenten in contact komen, zoals handschoenen, horlogebandjes en handvaten op fietsen, gelden 'normen voor consumentenproducten'. Deze norm is  veel strenger ten aanzien van het PAK-gehalte (een factor 100 à 1.000 lager) dan voor mengsels. Voor speelgoed is de norm nog een factor 2 lager.

Ja. De concentraties stoffen in rubbergranulaat voldoen aan de algemene Europese normen voor mengsels van stoffen. Als de normen voor consumentenproducten of speelgoed van toepassing zouden zijn op rubbergranulaat, dan zou een groot deel van de monsters vanwege de concentratie PAK’s niet voldoen aan deze normen. Er is in Europa discussie of een specifieke norm voor rubbergranulaat wenselijk is.

Het RIVM heeft met het onderzoek vastgesteld dat het risico van het sporten op rubbergranulaat praktisch verwaarloosbaar is. Het RIVM is verantwoordelijk voor het goed en zorgvuldig uitvoeren van het onderzoek naar rubbergranulaat. Beslissingen over het gebruik van kunstgrasvelden zijn nu in eerste instantie aan sportverenigingen, gemeenten, de KNVB en leveranciers van kunstgrasvelden. Het RIVM hoopt dat de resultaten van dit onderzoek een nuttige bijdrage vormen in dit besluitvormingsproces, en aan de beantwoording van vragen van overheden, verenigingen, sporters en ouders van sportende kinderen.
De discussie over de normen gaat over wat er in de wet staat. Wat het RIVM de afgelopen weken heeft onderzocht is wat er op de velden ligt. Van 100 kunstgrasvelden in Nederland is het rubbergranulaat onderzocht op schadelijke stoffen en de mogelijke effecten op de gezondheid. Hieruit blijkt dat het gezondheidsrisico praktisch verwaarloosbaar is en dat betekent dat het veilig is om op rubbergranulaat te sporten. De concentratie van Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK's) in het rubbergranulaat van de onderzochte velden is veel lager dan de huidige wettelijke norm voor rubbergranulaat (mengselnorm) en is dichtbij de wettelijke norm voor consumentenproducten. Op dit moment is er een groot verschil tussen de wettelijke norm voor PAK's in rubber consumentenproducten en de mengselnorm die nu geldt voor rubbergranulaat. De mengselnorm is 100 tot 1000 maal hoger dan de norm voor consumentenproducten. Het RIVM is van mening dat de mengselnorm onvoldoende gezondheidsbescherming biedt als het gaat om rubbergranulaat. Daarom adviseert het RIVM om in de wet kwaliteitsnormen voor rubbergranulaat op te nemen die wel voldoende beschermend zijn. Dit biedt houvast voor bijvoorbeeld de producent van het granulaat, de leveranciers en de eigenaren van de kunstgrasvelden om ook in de toekomst ervoor te kunnen zorgen dat het verantwoord is om te sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat
De focus in dit onderzoek ligt op mogelijke gezondheidsrisico’s voor mensen die sporten op velden met ingestrooid rubbergranulaat. Het onderzoek bevestigt eerdere inzichten dat het rubbergranulaat metalen bevat die in de omgeving terecht kunnen komen. Er blijkt vooral zink vrij te komen als het granulaat jarenlang in contact staat met de bodem. Dit metaal is niet schadelijk voor de mens, maar kan wel gevolgen hebben voor organismen in de bodem en het oppervlaktewater.  In welke mate de metalen in de omgeving terecht kunnen komen is afhankelijk van de wijze waarop het veld is aangelegd en onderhouden.
In Europa is op basis van de REACH verordening de producent en/of importeur van mengsels van stoffen, zoals rubbergranulaat, verantwoordelijk voor veilig gebruik van het product.
Stichting Milieukeur heeft een milieukeurmerk hiervoor. RIVM heeft dit keurmerk niet beoordeeld.  Het certificatieschema is te vinden via de website van Milieukeur.
Ja, er zijn alternatieven voor 'infill-materiaal' zoals kurkkorrels, kokosvezels en TPE-korrels. Het RIVM heeft geen onderzoek gedaan naar de veiligheid van deze alternatieven.
Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!